Over admin

Jan Blaauw, schrijver (op amateurbasis). Gebruik makend van het Nederlands en soms t Grunnegers (diverse varianten). Geboren? Ja, in Midwolda: 22 juli 1945 Geschoold? Min of meer, via openbare kleuter- en lagere school in Midwolda (1949-1957), de MULO in Scheemda (1957-1961) en de Rijkskweekschool in Stad Winschoten (1961- 1967; jaar extra, omdat het zo goed beviel...) Werkkring? Schoolmeester in Zuidhorn aan de OLS Frankrijkerlaan (1967-1972). Daarna hoofd annex schoolmeester in Noordhorn aan de OLS Oosterweg. Later werd dit de OBS `De Molshoop` en ik `directeur`(toename van alles, behalve de beloning...) Sinds februari 2003 op niet al te elegante wijze uitgerangeerd, langzaam maar zeker opgekrabbeld, `al dut alles mie nog wel zeer....

MIDWOLDA Niesoordlaan – SNEEUW bis, bis, bis…… (februari 1966)


De achtertuin van de huurwoning aan de Niesoordlaan, nummer 59. Wat een ruimte! Het dubbele kippenhok staat er nog wel, maar herbergt geen Witte Leghorns meer, in 1966. Pa zijn gezondheid was in deze jaren niet zo best, met enkele operaties aan vernauwde bloedvaten tot gevolg. De hokken zijn als ‘bergplaats’ blijven staan, de ruime ren is verwijderd. Die vierkante meters zullen wel bij de tuin zijn getrokken… Op de voorgrond de lage ligusterheg als grens tussen achtererf en tuin. Achteraan in de tuin twee kersenbomen en een betonnen lijnpaal. Daar achter is dan de sloot, nou ja slootje als grens tussen onze tuin en het land van boer Joling. Verder allemaal open terrein tot Meerland aan toe. Als het kippenhok het zicht niet belemmerde, zou je ook iets van het toenmalige voetbalveld van MOVV kunnen zien, op het grondgebied van akkerbouwer S.P. Meijer, een ‘rooie’ boer, was ook gewaardeerd wethouder in de toenmalige gemeente Midwolda. Nee, we hebben voor het kippenhok langs geen sneeuw weggehaald, het is de werking van de harde wind geweest om de bouwsels heen.

Prachtige sneeuwduinen waren er gevormd, zo mooi kun je ze als mens niet eens maken.

Nog zo’n mooie sneeuwduin, ik weet alleen niet waar… Niet bij ons in elk geval, de zichtbare gevel in van een onbekende schuur. Het zal ongetwijfeld in de directe buurt zijn geweest omdat de foto’s op dezelfde rolfilm zaten….

©foto’s: jan blaauw, februari 1966 (Agfa Click)

MIDWOLDA – NIESOORDLAAN, nog meer sneeuw! (Febr. 1966)


Ook deze foto is gemaakt met de Agfa Click, de rolfilmcamera waarmee ik mijn “carrière” als hobbyfotograaf begon. Vierkante afdrukken, 12 opnamen op een rolfilm. Waarschijnlijk horen deze sneeuwbeelden tot de laatste die ik maakte met de Agfa Click. Van broer Hemmo kreeg ik zijn beproefde Praktica kleinbeeldcamera, kon ik wat ambitieuzer uit de voeten met rolfilms van 24 of 36 beelden.
Op de foto rechts onze huurwoning, Niesoordlaan 59 en de besneeuwde voortuin met meer dan alleen maar rozen. De heester is volgens mij een sering, die hoorde bij “ons”. De foto is noordwaarts genomen, richting Hoofdweg. Bij ons onderdak, op nummer 57, de familie Bamberg. Ik kan door de aan de gevel vastgeplakte sneeuw niet zien of het RVS-bordje nog aan de muur zit, nabij het smalle venster van de WC. Fokko Bamberg was verzekeringsagent, heeft jaren lang voor de RVS gewerkt met het bekende logo van de mensen met de grote paraplu.
Wie er verderop woonden in februari 1966? Vraagtekens…. De familie Loer nog op 55, of waren de “Loertjes” al naar Winschoten vertrokken, woonde de familie Jonker daar…. Op 53 vast niet meer de familie Leupen, al veel eerder verhuisd naar de Hoofdweg bij de ingang van de begraafplaats. Op 51 nog de familie Smit/Smid? Of waren die verkast naar ’t veen, verderop aan de Niesoordlaan, voorbij de S-bocht? Familie Adam op 49, maar op 47 geen familie Koop meer, denk ik. Willem Koop (hoed op) zat ook altijd wat merkwaardig op zijn fiets, beetje scheef. Wat ie deed, weet ik niet, maar hij was ook KNVB-official, o.a. consul van het veld aan de Mennistenlaan. Op 45 nog de familoie Van der Holt? Nee, ook al weg vermoed ik, naar Emmen, waar Udo van der Holt een baan kreeg bij de beroepsbrandweer….

MIDWOLDA – NIESOORDLAAN 61-63, winter februari 1966

Ja, lang geleden heb ik deze foto ook al op deze weblog laten zien, ongetwijfeld. Helaas heb ik tot nu toe geen nieuwe foto’s uit de Midwolda-jaren gevonden…. Herhaling kan geen kwaad, dit is een mooi sfeerbeeld (als je thuis bij de warme kachel zit…) Het dubbele huurpand waarin wij rechts hebben gewoond van de nazomer van 1953 tot eind 1968, wellicht begin 1969. Of, wacht eens, het is het blok naast ons, nummer 61 en 63, de huizen van de families Dijkhuis en Ufkes! (Ik zie Afina in de kamer voor het raam staan!) Een sneeuwrijk moment in februari 1966, waarin prachtige duinen werden gevormd en sloten vol raakten. Bar weer, niet altijd prettig om er op de fiets door te moeten richting de kweekschool aan de Mr. Stikkerlaan (zeg maar het vroegere Omsnijdingskanaal) in Winschoten. Maar ja, het was mijn examenjaar voor de ‘gewone’ onderwijsbevoegdheid, je moest wel even met je ‘kop’ erbij blijven, geen gekke dingen, één jaar extra in de derde klas was meer dan genoeg…
Jaren eerder zouden we geweldige bouwwerken hebben gemaakt met deze sneeuw, maar hier in februari 1966 was het enkel een handvol foto’s maken met de Agfa Click en dan snel weer in huis… Er stond toen blijkbaar een harde wind gezien de sneeuw die tegen de voorgevel geplakt lijkt, geen aangenaam weer om buiten te zijn (net als nu, al hebben we hier in Noordhorn dan geen sneeuw, tot nu toe….)

MIDWOLDA – Niesoordlaan 59, plm. 1960 (Pa, moeke, Hemmo Blaauw)

Ja, ook dit is zo’n karakteristieke kiek die ik maakte met mijn toén nieuwe Agfa Click. Een camera waarin je een rolfilm stopte met de mogelijkheid van 12 opnamen. De afdrukken met witte rand, zo’n 8½ x 8½ cm, vierkant formaat. Ik denk dat dit een foto is van mijn allereerste fotorolletje. Geen wereldopname, maar ik was er blij mee, mooi dat er “iets herkenbaars” op stond…. Voor het laten ontwikkelen en afdrukken ging ik naar Winschoten, naar Foto Meijer en ja, ik ben ook een keer naar Luppes in Scheemda geweest. Hemmo ging meestal naar Friedel Tahl in de Torenstraat in Winschoten, maar op de een of andere manier ‘durfde’ ik dat niet… Dacht dat ze me zouden uitlachen, met mijn eerste huis-tuin-en-keuken-kiekjes…
Op de foto staat moeke in haar ‘goeie jurk’ een steel vast te houden op het onverharde pad aan de rand van de voortuin, Niesoordlaan 59. Aan de steel zit denk ik een hark, geen bezem en ook geen “padschovvel”, die had een langere steel met een scheve houten knop. Pa bukt zich, is met ‘iets’ bezig…. (Oh, beginnend fotograaf…..)
Op de achtergrond broer Hemmo met zijn toenmalige haardos, de modieuze vetkuif. (Had James Dean ook niet zo’n prachtige haardracht?) Ik denk dat ik de foto nog enigszins heb geredigeerd. Moeke ging zich nooit op deze manier met tuinwerk bezig houden. Wat Hemmo op zijn linkerschouder draagt, is me ook niet meer duidelijk. Achter hem in ieder geval een seringenstruik, die hoorde bij ons huis, hadden we in de woningbouw ook. Bracht geluk, een seringenstruik niet te ver van de achterdeur…..
Pa heeft zijn blauwe ‘buis’ aan, zo’n kort jasje met heel wat zakken waarin hij zijn pijp kon bewaren, en zijn mes (zonder heft). Dat mes gebruikte hij om bijvoorbeeld zorgvuldig madeliefjes en “hoanetoppen” uit het gazon te snijden. Later, toen ze bij ons bezoek kwamen, toen we in Zuidhorn woonden, deed hij dat ook in de voortuin aan de Burg. Cleveringalaan.
Het huis rechts op de kiek, nummer 61, werd toen bewoond door de familie Dijkhuis. Lammert Dijkhuis en Annie Smit, met hun kinderen Afina en Albert, later kwam Jurrie er nog bij. (Er is ook een kindje geweest met een open ruggetje, maar dat heeft niet lang geleefd). De kinderen kregen de voornamen van hun grootouders, zoals dat toen nog vaak gebeurde. Opa en oma Smit werden benoemd, en opa Albert Dijkhuis ook. (Bij ons ook: Mijn oudste broer Henk (= Hindrik) naar opa Hindrik Blaauw, heel vroeg overleden. Zus Gepke naar opoe Gepke De Groot-Hector, broer Hemmo naar opa Hemmo de Groot, ikzelf naar naar opoe Jantje Blaauw-Baas, d.w.z. ‘Jantje’ werd ‘Jan’. Kort maar krachtig.)
Het pad vanaf de weg (Niesoordlaan, een niet al te brede weg met populieren aan beide kanten) was, zoals gezegd, onverhard. Tussen Dijkhuis en ons een ligusterheg, en dat zal aan de kant van Bamberg, op 57, ook zo zijn geweest. Tussen pad en heg een smalle strook waar wel eens dahlia’s werden geplant. Er hebben waarschijnlijk wel andere planten gestaan, maar welke? Vanaf de straat was er ook een pad naar de voordeur, dat pad was betegeld, twee tegels breed, had niet over dus…. Langs de voorgevel ook een onverhard pad, om de ramen te kunnen schoonmaken, of om met mooi weer er een bank te plaatsen. In de voortuin zelf twee spiegelbeeldige perken met theerozen. Daartussen het gazon met in het midden een sierboompje, een klein blijvende prunus? Rozen vormden een echte liefhebberij voor pa. Heel zorgvuldig werd elke struik bekeken, op luis, op ziekte. (Desnoods kwam de DDT-stuifkoker eraan te pas). Dode bloemen werden tijdig weggeknipt en als de tijd voor de snoei er was, na de vorstperiode, gebeurde dat snoeien ook heel zorgzaam. Nog steeds zie ik het gebeuren, alsof het op film wordt vertoond….

MIDWOLDA – Met de FIETS er op uit, ergens in Drenthe….


Deze Agfa Click-kiek heb ik ooit gemaakt, begin jaren zestig, in Drenthe. Waarschijnlijk heb ik jaren geleden ook al eens hierover geschreven, maar een nieuwe versie kan geen kwaad….
De fiets staat aardig scherp in beeld, ‘mijn Union’. De rest van de foto is minder scherp, het was ook nog in de begintijd van mijn kiekcarrière. Op de paddenstoel zijn geen namen te herkennen, de tekst op het bordje bij het onverharde pad is niet te lezen (maar sommigen kennen die tekst uit het hoofd…) Deze Union-fiets was ‘pas’ mijn tweede. Als kind van 8 kreeg ik mijn eerste fiets, een zwart gemoffelde, eigen fabricaat van fietsenmaker Adam Timmer. Timmer had zijn winkel en werkplaats in het Oosteinde van Midwolda, bij het begin van de lange landweg richting het toenmalige voetbalveld van MOVV, de club die op zondag gedwongen was royaal buiten de bebouwde kom te voetballen. ‘Oadam Timmer’ was een vroegere kameraad van pa Blaauw, de laatste groeide als kind ook op in datzelfde Oosteinde. Die eerste fiets was voor mij eigenlijk te groot, ‘op de groei’ gekocht, zoals wel vaker gebeurde, met meer dingen. Nee, de ‘trappers’ waren voor mijn voeten onbereikbaar, vandaar dat alleskunner Timmer houten klossen om de pedalen bouwde. Ook niets ongewoons in die jaren. Het leren fietsen was voor mij niet helemaal zonder moeilijkheden. Autopedervaring had ik niet. Je moest sturen, en trappen, en uitkijken. Dat ging wel eens fout o.a. bij een bult op de weg vanwege de aanleg van waterleiding. Bij die bolling moest je zorgen dat de pedalen op gelijke hoogte waren. Die rotdingen weigerden wel eens aan mijn wens te gehoorzamen, kwam een houten klos tegen de bult, lag ik met fiets en al op straat… Die gewenningsfase heeft denk ik niet zo lang geduurd. Ik heb tenminste ook wel een paar foto’s waarop ik prinsheerlijk fiets op mijn zwarte ros, met fietsvlaggetje. Deze fiets hield ik tot het einde van de lagere school. Toen moest er wel een andere komen, want dat lijf van mij werd verbazingwekkend langer. Eerst probeerden pa Blaauw en fietsenmaker Timmer mij opnieuw een gemoffeld exemplaar aan te praten. Mijn gezicht sprak blijkbaar boekdelen en voor de eerste tranen verschenen, sprak pa het verlossende woord en gingen we in de winkel kijken naar een nieuwe fiets. (Nee, ik ben niet gewaar geworden of ze mij toen plaagden of dat ze het serieus meenden…)
Er stond een fonkelnieuwe Union met velgremmen die meteen mijn aandacht trok. Prachtig! Het zadel (nog) op de laagste stand en hup, een proefrondje…. Alsof je in de zevende hemel fietste…. Die Union heb ik ruim vier jaar lang (de ULO-jaren) bijzonder intensief gebruikt. Niet alleen voor de dagelijkse rit naar en van school in Eexta aan de Kanaalweg, ook daarna nog, de eerste tijd naar de kweekschool. En voor mijn vakantietochten, naar en in Drenthe. Meerdere keren naar mijn oudste broer en schoonzus in Hoogeveen waar ik bleef logeren. Ook wel naar mijn zus in Assen, maar die had geen logeerruimte, moest ik wel weer naar ‘AF’ terug. Vanuit Hoogeveen heb ik een groot deel van Drenthe verkend, vaak richting Ruinen en Dwingeloo, ook wel naar Wijster om de VAM-bulten te ‘bewonderen’. Toen ik de eerste keer vanuit Midwolda in mijn eentje de fietstocht naar Hoogeveen ondernam, koffer achterop, kwam ik ook door Kamp Schattenberg, toen een opvangkamp van mensen uit de Molukken. De slagbomen bij de in- en uitgang wekten enige huiver, de weinige Molukkers die ik tegenkwam, leken ook niet direct op mijn komst te zitten wachten…
Of ik op de Union ook de trektochten langs de jeugdherbergen heb gemaakt, weet ik niet zeker. Of had ik toen al de nieuwe hoge Batavus met de trommelremmen?! Die Batavus werd echt mijn paradepaard, een solide tweewieler uit een hogere prijsklasse. De Union heb ik ‘afgejakkerd’, ‘uitgeleefd’… De Batavus heb ik ook in Zuid- en Noordhorn nog lange tijd gebruikt. Ik heb er niet echt afscheid van kunnen nemen. Toen onze oudste zoon in zijn studentenperiode verkeerde en regelmatig bij zijn toenmalige vriendin in Stad verbleef, leende hij mijn bejaarde Batavus (zijn eigen fiets, en nog een, al lang gestolen), nog in goede staat. Uit veiligheidsoverwegingen werd de fiets meegenomen naar boven, de trap op gesjouwd. Daarmee de geringe ruimte bij de studentenverblijven extra vullend en dat was om andere redenen minder veilig. Op een onbewaakt ogenblik viel de kamerverhuurder binnen. Hij liet terstond de overloop ontruimen en pikte op die manier (hoorde ik pas later…) mijn Batavus in. Weg fiets (terwijl zoonlief dat nou juist had willen voorkomen). Ach, ik had toen al geruime tijd een nieuwe Batavus en te veel aan mijn hoofd om stennis te schoppen over de oude…