Hoogeveen: Pa Blaauw bij achtertuintje, Draco 60, eind jaren zestig

Vandaag, 13 november 2012, zou mijn vader 108 zijn geworden, als hij in leven was gebleven… Dat deed ie niet, dat in leven blijven. Hij overleed in september 1977 in het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen, ruim 35 jaar geleden. Dat lijkt lang geleden, toch staat ie nog levend voor me:

Pa Blaauw bij het achtertuintje van Draco 60, eind jaren zestig.

Mijn ouders (Jan Blaauw en Wiene Blaauw-de Groot) zijn in 1968 verhuisd naar Hoogeveen, als ik het wel heb. Ze begonnen zich aan de Niesoordlaan in Midwolda wat geïsoleerd te voelen. Al hun vier kinderen waren inmiddels het huis uit, ik als laatste. (Vanaf 6 november 1967 schoolmeesterde ik in Zuidhorn aan de Frankrijkerlaan en had kost en inwoning bij de dames Meinema aan De Gast, doordeweeks en niet tijdens vakanties…) De voorzieningen met het openbaar vervoer verslechterden toen al en zowel mijn vader als mijn moeder waren lichamelijk niet meer in goede doen. Mijn oudste broer Henk woonde en werkte (rubberfabriek Ruma) al jaren in Hoogeveen en hij vond het een goed idee pa en moe naar Hoogeveen te halen. Ter overbrugging belandden ze eerst in een flatwoning (onderste woonlaag van een drielagenflatgebouw) aan de rand van de nieuwe woonwijk Krakeel. Daar beleefden ze niet hun “finest hour”… Dat werd aanmerkelijk beter toen ze verhuisden naar een seniorenwoning aan de Draco, nummer 60, elders in Krakeel, met kleine voor- en achtertuin. Mijn vader kon daar zijn benen geriefelijker strekken en af en toe (als ontwenningskuur) de schoffel hanteren (al miste hij wel het praatje met schipper Kleine op de woonboot aan de overkant van de flat, Kleine was destijds brugwachter). We praten dan denk ik al over 1970, 1971. Daar hebben mijn ouders nog tamelijk tevreden jaren beleefd, mijn vader waarschijnlijk meer dan mijn moeder. Ook al sprak mijn vader nauwelijks ABN, hij ging het contact niet uit de weg, maakte wandeltochtjes door de buurt (en adviseerde en passant buurtbewoners als ze volgens mijn vader de rozenstruiken foutief snoeiden…), werd lid van de bejaardensociëteit en fietste in de regio. Een sigaar op zijn tijd, wat stanswerk in de schuur voor de RUMA, vervelen was er niet bij… Goed contact met de buren: Gort, Schepers, Giethoorn aan de achterkant…. De kwaliteit van zijn bloedvaten verslechterde echter, de hartfunctie verzwakte. Toen ik hem een keer zo ver kreeg dat ie meeging naar de  oefenwedstrijd Hoogeveen – Ajax, voorafgaand aan het nieuwe seizoen (’75-’76 vermoed ik, of een jaar later), ging het mis. Het was er druk, we genoten beiden van het gebeuren (ook al was mijn vader geen Ajax-aanhanger, maar Feyenoordfan….) met voetballers als Cruyff, Neeskens, Vasovic, Haan, Keizer, Swart…. Opeens zei mijn vader dat hij zich niet goed voelde. Eerst wist ik niet wat ik moest doen. Toen regelde ik snel een stoel, mocht ie binnen de omheining zitten, de mensen waren vriendelijk en ondersteunend. Ik liep in een Olympisch record naar mijn oudste broer aan de Sportlaan. Die pakte de auto en samen brachten we mijn vader naar huis. Daar de dokter gebeld en het duurde niet lang, of de ambulance stond voor de deur, naar het ziekenhuis.  Toen liep het nog met een sisser af, maar de voortekens waren duidelijk. Tot september 1977 werd het regelmatig naar het ziekenhuis of doktersbezoek. In die bewuste herfstmaand lag mijn vader opnieuw, met zijn versleten hart waaraan volgens de specialisten niet meer viel te dokteren, in het Bethesdaziekenhuis. Hij knapte nog weer zo ver op dat ie naar buiten mocht, even een eindje wandelen. Dat viel hem zo ongelooflijk tegen, daarop liet ie de moed zakken en ging het snel achteruit. Op woensdag 14 september 1977 kregen we een telefoontje van mijn zuster Gepke, het ging niet goed met pa, of we wilden komen. “Maar ga niet jakkeren!” Dat doe je dan toch, voor zo ver je in een rode CV4 al kunt jakkeren…  Pa was overleden toen we het ziekenhuis bereikten, op 19 september 1977 is hij in Groningen gecremeerd.  Nee, die 108 zat er dus duidelijk niet in… (JB)

 

Noordhorn, 13 november 2012

ANWB-paddenstoel, SBB-bordje en Union-fiets…..

Een van de kiekjes die ik maakte, toen ik nog niet zo lang in het bezit van mijn eerste fototoestel was, een Agfa Click. Oefening in compositie:

Ja, dit is die fiets waarover ik eerder schreef. De opvolger van de door Adam Timmer zelf gefabriceerde tweewieler (met in het begin blokken rond de trappers…)  Deze Union-fiets was fonkelnieuw, toen ik hem kreeg. Al weet ik niet meer of het meteen aan het begin van mijn ULO-tijd was, of pas in de loop van die jaren. Het staat me zo bij dat ik hem kreeg ter gelegenheid van mijn 15e verjaardag, toen had ik er al drie jaar Scheemda v.v. op zitten…. Het glimmen heb ik tijden geprobeerd in stand te houden. De velgremmen bleken toch niet zo ideaal, iedere keer was er een probleem. Of de blokjes waren versleten, of ze sleten aan, of de kabel knapte… En die fietspomp lijkt ook mooier dan het in werkelijkheid was. (O wee, als je daarmee een band moest oppompen…)
Waar deze foto is gemaakt, weet ik niet meer. In eerste instantie associeer ik het met Noord-Drenthe, in de buurt van Norg, daarvan heb ik meer foto’s uit de beginjaren zestig. Ik maakte toen wel vaker langere fietstochten. Jammer dat je niet kunt zien wat ik onder de snelbinders heb…. (JB)

Noordhorn, 11 november 2012

Blauwestad – een ánder geluid

                           kaart Blauwestad

Eindelijk, eindelijk in de krant ook eens wat kritische geluiden ten aanzien van het Oost-Groninger paradepaard “Blauwestad”. Lang leek het, alsof er alleen maar “Hosanna” mocht worden geroepen. Elk anti-geluid, hoe voorzichtig ook, werd als uiting van zwartkijkers beschouwd, die totaal geen kijk zouden hebben op de voortvarende ontwikkeling. “Quantité négligeable….” Bovendien weet je nooit hoé krantenconcerns commercieel betrokken zijn bij dit soort halleluja-projecten en randactiviteiten als “Boven Wotter”.
Uitzicht Watersnip BlauwestadBlauwestad
Nu dan toch in het Dagblad van het Noorden van zaterdag 24 mei jongstleden (in ieder geval in het katern Regio West) een paar meningen die ingaan tegen de waan van de dag. In een artikel(tje) van Marijke Brouwer dat in hoofdzaak gaat over Jan Timmers steenhuisfantasieën, zegt streekhistoricus Reint Wobbes onomwonden: “Wij hebben een eenvoudig maar sjiek landschap. Zo’n meer met een stel protserige huizen: daar heb ik niks mee en daar krijg ik ook niks mee. Bovendien is het gezien de voedselproblematiek zonde om gezonde boerengrond onder water te zetten.”
Hè, hè…. eindelijk! En zelfs verslaggever Pieter Broesder, anders toch vaak de kampioen Blauwestadpromotor onder het journalistenvolkje, laat nu gedwongen verhuisde bewoner Hans Lauxen zeggen: “Ik mis de Niesoordlaan nog steeds, de privacy, hoe we daar woonden. Hoe mooi we hier ook zitten. Wonen is meer dan een bult stenen. Of zoals een van de buren zegt: Ik ben het huis kwijtgeraakt waar mijn opa en oma nog gewoond hebben, de plek waar ik als kind speelde is niet meer.” Opgelucht ben ik, eindelijk ook eens serieuze aandacht voor déze kant van die anderzijds zo fraai opgepoetste medaille. En goed te weten, ook voor mensen in andere delen van de provincie, zoals Noordhorn, dat mensen uit hun huis jagen sociaal-historisch gezien een zeer ingrijpende daad betekent.  Omstreden met reden!

pand Sebens