Blz.90: ‘De Benrather Lijn (…) vormt de fictieve scheidslijn die het Germaanse taalgebied in een zuidelijk Hoog-Duits en een noordelijk Neder-Duits deel opsplitste.
De Nederlanden lagen ten noorden van de Benrather Lijn en dus werd ook in de Nederlanden Neder-Duits gesproken. De termen Neder-Duits en Hoog-Duits zijn in de vijftiende eeuw voor het eerst in Nederland gebruikt en later in het Duits overgenomen. Veel Duitsers, ook hoogopgeleide, denken ten onrechte nog wel dat ‘hoog’ en ‘neder’ waardeoordelen inhouden en dat Hoog-Duits een aan het Neder-Duits superieure taal is. Hoog en Neder zijn echter simpele geografische aanduidingen. Hoog-Duits werd in de hoger gelegen gebieden gesproken en Neder-Duits in de gebieden in de benedenloop van de grote rivieren.’
Uit: “Onbekende buren” - DIK LINTHOUT - Uitgeverij Atlas - 1e druk, 2000 - ISBN 90 450 0204 3
Blz.91: “Aan de Duitse hoven werd, zoals aan alle hoven in Europa, Frans gesproken. (…) Hoe de Duitse adel over de Duitse taal dacht, wordt geïllustreerd door de uitspraak van Karel V, van 1515 tot 1555 keizer van het Heilige Roomse Rijk: ‘Ik spreek Spaans tegen God, Italiaans tegen vrouwen, Frans tegen mannen en Duits tegen mijn paard.’

Voorplat van het boek van Dik Linthout
Blz.92:
“Het Neder-Duits is uiteindelijk alleen als dialect blijven bestaan. Het heet nu Plattdeutsch (platt = vlak) en wordt nog steeds door zo’n acht miljoen mensen gesproken. IN 1994 heeft de Duitse Bondsdag de niederdeutsche dialecten officieel als streektaal erkend. Sinds 1995 worden ook de Oost-Nederlandse dialecten, die door zo’n anderhalf miljoen mensen worden gesproken, onder de verzamelnaam Neder-Saksisch officieel als regionale taal erkend. De Neder-Saksische talen in Nederland en Duitsland lijken wel veel op elkaar, maar zijn onder invloed van de standaardtalen toch sterk uit elkaar gegroeid. In Duitsland wordt behalve Duits ook nog Fries, Deens, Sorbisch, Pools en Romani gesproken.”



