(..)
“Ik heb veel respect en vooral veel liefde voor het beroep van leraar. Daarom doet het me pijn dat ook leraren slachtoffer zijn van een onderwijssysteem dat hen aanzet tot het vertellen van onzin. Een van de mensen die ik nooit zal vergeten, is de onderwijzeres die mij op mijn vijfde jaar leerde lezen. Het was een mooi, wijs meisje dat niet pretendeerde meer te weten dan ze wist, en ze was bovendien zo jong dat ze inmiddels minder oud is dan ik. Zij was het die in de klas de eerste gedichten voorlas die mijn hersens voorgoed zouden aantasten. Met dezelfde dankbaarheid denk ik terug aan mijn leraar literatuur op de middelbare school, een bescheiden, verstandig man die ons zonder vergezochte interpretaties door het labyrint van goede boeken leidde. Zijn methode maakte het voor ons mogelijk op een persoonlijkere en vrijere manier aan het wonder van de poëzie deel te nemen. Kortom, literatuuronderwijs zou niet veel meer moeten zijn dan een goede leesgids. Elke andere pretentie dient er slechts toe kinderen af te schrikken. Denk ik, hier achter de schermen.”
(..)
Uit: “De zee van mijn verloren verhalen” - GABRIEL GARCÍA MÁRQUEZ - blz.32 - uitg.: Meulenhoff - Editie 1248 - 1e Ned.dr.1992
