Midwolda – Niesoordlaan 59 – Jaren vijftig, zestig… Een poes hoorde erbij…..

Ja, een poes hoorde erbij! Dat was al zo in de woningbouw (en waarschijnlijk eerder ook aan de Hoofdweg of aan ‘Olgersloane’…) en later eveneens aan de Niesoordlaan. Wie deze poes heeft gefotografeerd, weet ik niet meer (Wat is er toch veel ‘dat je niet meer weet…’).

Pinkie? Of luisterde het beest naar een andere benaming? Is dit de laatste in een reeks geweest? Het dier dat zo jammerlijk aan zijn eind kwam, doordat het dagenlang in een leegstaande woning zat opgesloten…. Het huis van de familie Beentje, het laatste aan de westkant van de Niesoordlaan, nog net voor de inrit naar het land van Oortwijn Botjes. Er stonden aan die kant verder geen huizen meer tot de S-bocht, waaraan halverwege de doodlopende Zwarte Weg lag…. Moet je nu eens kijken, alles volgebouwd tot het voetbalveld van MOVV bij de eerste bocht van de ‘S’. En een stuk verder naar ‘het veen’. (Sommige zijn afgebroken in verband met de komst van BlauweStad).
Vroeger in de woningbouw werd de poes in ieder geval gekoesterd vanwege zijn vangvaardigheid als het muizen betrof. Muizen waren er aan de Niesoordlaan in mindere mate, alhoewel…. Op de vliering was af en toe getrippel hoorbaar, vooral tegen de winter. Mijn vader heeft de kat wel eens op de vliering getild, maar veel aanstalten om muizen te gaan vangen, maakte poeslief niet. Het dier lag liever, overdag tenminste, in de huiskamer, uit te rusten van zijn nachtelijke escapades. Soms op schoot, ook wel eens in mijn nek, op mijn schouders. Het huiswerk heeft daaronder allerminst geleden. Zwangere poezen hebben we ook meermalen gehad. Dat feit gaf immer aanleiding tot “hikhakkerij’ tussen mijn vader en mijn moeder. Lag er weer een nest jonge katten, eerst slijmerig, maar keurig schoongelikt door Ma Poes. Tja, en dan? Na vier weken? Of vijf, zes? Een enkele keer waren er genoeg gegadigden, werden ze elders geplaatst. Mijn vader heeft ze echter ook wel in een jutezak gestopt en verzopen in het Koediep (hoorden we later….). Daar kon ik niet over uit, groeide er een stille woede… Ook toen onze kat een keer ergens anders een nest jongen had geworpen, bij Tuin in de schuur achter het huis. Wist mijn pa ook niet hoe hij er mee aan moest, sloot hij de kat op, mochten wij de achterdeur ook niet open doen…. Toen heb ik gejankt van kwaadheid, zonder resultaat…. Later toen de poes weer naar buiten mocht, sleepte hij enkele nog nauwelijks levende katjes naar onze schuur. Hartverscheurend hard, niet zo ongewoon in die jaren. Een “Partij voor de Dieren” was er niet, ijscoboer De Heer uit Winschoten loofde nog geen beloningen uit voor het aanbrengen van dierenmishandelaars, zeker niet als het om katten ging. (JB)

 

Noordhorn, 12 november 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *