WINSCHOTEN – 70 jaar KWEEKSCHOOLgeschiedenis met o.a. Schiphol-schoolreis….

Het boekje, nou ja, een geniet katern van 44 bladzijden, lag al een tijdje op een ‘wachtstapel’. Titel: “Losse grepen uit 70 jaar kweekschoolgeschiedenis”. Het gaat hierbij om de Rijkskweekschool in Winschoten, waarop ik zes jaar vertoefde en uiteindelijk zowel mijn onderwijsbevoegdheid als de volledige bevoegdheid haalde (1961-1967). De tekst van het boekje werd verzorgd door Engel Nijboer, de tekeningen door Adolf Adam. (Hé, is dat ‘onze’ Dolf Adam van de bloemenzaak “Adam Factory”in Flevoland???!). Jur Engels mocht alles typen. Het boekje werd uitgegeven t.g.v. de reünie van de Rijkspedagogische Academie te Winschoten op zaterdag 6 februari 1982 in cultureel centrum ‘De Klinker’.

Ja, ik ben daar bij geweest in 1982 en ik vond het een gezellige toestand. (Nee, ik ben niet zo’n reünist in hart en nieren, maar de paar keer dat ik iets dergelijks meemaakte, vond ik het fijn om al die bekenden uit vroegere jaren nog eens te ontmoeten).
In het boekje veel over vroegere jaren, vooral ‘van voor de oorlog’. Zoals een oude foto van een schoolreis naar de luchthaven Schiphol
in 1937.

Nee, ik ken hier niemand van… Wel vroeg ik me af, of het toen ook al zo was dat er veel meer jongedames naar de kweekschool gingen dan jongemannen….
De foto vond ik wel passen bij de vorige kiek van onze Midwolmer OLS uit 1956….
In het boekje ook aandacht voor onze onvergetelijke conciërge Mellema, aandacht die hij voor de volle 100 % verdiende. Een onmisbare medewerker die zich nimmer op de voorgrond drong, maar o zo belangrijk was in het functioneren van de school. Nee, ik doel niet alleen op de verkoop van de heerlijkste pennywafels die ter wereld ooit zijn gefabriceerd, dat was “slechts” een belangrijke bijzaak. Mellema wist pas echt wat orde houden was, op een natuurlijke manier. Bovendien wist hij de kweekscholieren het gevoel te geven dat hij minstens zo veel aan hun kant stond dan aan die van de directie of het docententeam. Hij had trouwens een hoeveelheid kennis in zijn koppie om “U’ met vele uitroeptekens tegen te zeggen! (Ik moest eens een proefwerk inhalen in de bibliotheek, kwam Mellema een paar keer binnenwandelen om te kijken hoe het ging. Zag dat ik wat problemen had bij een paar vragen. Haast achteloos liet hij langs lopend wat goede antwoorden vallen in mijn gretige oren. IK heb die kleine, sterke man altijd een GROTE gevonden!)

MIDWOLDA – SCHOOLREISBEZOEK SCHIPHOL, 5e en 6e klas O.L.S., 1956

Sommige foto’s zijn blijvend boeiend, zoals bijgaande. De groepsfoto die traditiegetrouw (door vele schoolklassen!) is gemaakt op luchthaven ‘Schiphol’, in mei of juni 1956. Of was het al juli?! Het bezoek was een onderdeel van het driedaagse programma dat ons logies bood in de jeugdherbergen te Broek in Waterland en Schoorl. Het moet concreter in mijn schoolreisschriften staan… Maar waar heb ik die gelaten?!

Eureka! Het was op de eerste dag van de driedaagse schoolreis in 1956, op 13 juni. Heb ik daar al niet eerder over geschreven?! Wat staat er in mijn eerste schoolreisschrift….
“Toen we uit de bus stapten, hoorden we het geronk van de vliegtuigen. We liepen een eindje en daar kwam een fotostalletje in zicht. We mochten direct geen foto’s kopen. We kwamen toen bij een plat huis. Daar moest meester in. Hij kon de deur eerst niet openkrijgen.  Daarna marcheerden we naar het vliegtuighangar. We kwamen ook voorbij het standbeeld van dr. Plesman. Daar kregen we een gids. Voor een Douglas zijn we gefotografeerd. In het vliegtuighangar stond ook een heel klein vliegtuig. Het was een Auster. Toen zijn we naar het landingsterrein gegaan. Er steeg net een vliegtuig op. Het was een Dakota. Die bergt 15000 liter benzine. Een Super Constellation 30000. Er was ook een vliegtuig uit Engeland. Toen we verder liepen, kwamen we bij een hokje waar verbinding was gemaakt met een toestel. Er was ook een windzak. Daaraan kunnen ze de stand van de wind zien. Er zijn een heleboel banen voor het opstijgen. Even later kwam er een vliegtuig in zicht. Hij wou dalen. Het was een uit Tokio. Er kwam direct een man aan die op een bepaald stuk staan bleef. Hij hief een bord omhoog. Daar moest het vliegtuig stoppen. Er kwam een man aanrijden met een trap. Die zette hij tegen de deur van het vliegtuig. Het duurde nog een poosje voor er mensen uitkwamen. (..) Er gierde ook een straaljager boven ons hoofd. Hij landde ook nog. We waren net bij een groot vliegtuig toen een hevig gebrul ons opschrikte. Toen we opkeken, zagen we het straaljagertje stijgen. Wat was dat een gebrul. Toen we voor een vliegtuig stonden, vertelde de gids ons er ook nog wat van. Bij zo’n propeller laten ze ook alcohol bij langs lopen om bevriezing te voorkomen. Daarna bracht de gids ons naar een geverfde paal. Daar stonden de banen van Schiphol op. De gids ging toen weg. Maar wij nog niet. Wij gingen op een terras zitten. Daar kon je de banen overzien. Als je achter je keek, zag je glas. En als je daar door keek, zag je uit op het vrachtgebouw van de K.L.M. Even later kochten we een foto en toen gingen we terug naar de bus.”

De foto is een geweldige geheugensteun. Als je dit ‘gezelschap’ zo bij elkaar ziet, proef je haast de sfeer weer van 60 jaar geleden. De Deiman-chauffeur bijvoorbeeld, van wie ik de naam niet meer weet. Maar ik weet wel dat hij vaak met een partijtje voetbal meedeed! Een geweldige chauffeur ook al raakte hij op de tweede dag verstrikt in het drukke Amsterdamse verkeer, waardoor het humeur van meester Zonderman danig werd verslechterd… Wat mij bij deze foto altijd meteen opvalt, zijn de zwarte joppers die vijf van de jongens dragen! En dat ik inmiddels mijn broer Hemmo (die twee ouder is) had ingehaald wat lichaamslengte betrof….
Elke naam van wie er ook maar op de foto staat, betekent een verhaal, soms kort, vaak vrij lang. Die komen wellicht nog eens, nu maar ‘slechts’ de namen voor zo ver ik ze nog weet:
Staand, van links naar rechts: Antjo Baas, Beno Doedens, Jan Harm Gernaat, de Deiman-chauffeur, Tonnie Bolhuis, Rudi Koek, meester Zonderman, Bertje Renken, JB, ???? , Hemmo Blaauw, Hemmo Kuiper, mevr. Dethmers, Derk Jan Wiegman, Henkie Feikens, mevr. Zonderman, Neeltje Klooserboer, Frea van Dijk (?), Linie (Lineke?)  Fokkens.
Gehurkt: ???? (Lideke Zijlker?), Ellie Timmer, Coba Kielman, Tineke Kampstra, ???? (Of is dat Frea van Dijk? Nou, Beno weet het vast nog wel!) Hilda Waalkens, Ankie Botjes, Alie van Eerden, Riekje Struif Bontkes, Titie Bos, Pia Botjes.

Zoete herinneringen….  De driedaagse schoolreis maakte op mij een overweldigende, vermoeiende indruk, al zie ik er op deze foto nog fris uit. Ach, als kind heb je daar niet zo’n weet van. Je rust uit en hup, daar ga je weer, wat een energie! De bult op bij Schoorl, en er weer af, de duinen in. Spelen, het liefst voetballen…. Vooral ook je ogen en oren de kost geven, want een prater was ik in die tijd, in de klas, niet zo…. Wel weet ik dat ik indrukken als het ware “dronk”! Zo’n schoolreis is voor mij geweldig geweest, als arbeiderskind had ik nog niet veel van de wereld gezien en zo waren er meer in onze combinatieklas. En dan drie dagen met een Deiman-bus op stap door een groot deel van Nederland. Bijzonder leerzaam, ‘direct aanschouwelijk onderwijs’, met dank aan vooral meester Zonderman!

Nije DIESEL Vörjahr 2017 – dat oostfreeske bladdje

Der is n nije DIESEL, dat Stiekelbladd up Platt!

Mag k geern deurbloadern, in lezen vanzulf ook! Schiere verhoalen, nog mooiere gedichten, en aalmoal in t Platt Duuts, dat is veur ons ja goud te verstoan. t Is nummer 99, de volgende dat’s n hail biezundere, nummer 100! Mor nou nait op de zoak veuroet lopen, eerst dizze mit aal dat nijs over 20 joar Schrievers Vereen ‘SK Weser-Ems’ en tien joar “Dreebladd”, Folkgrupp!
Gedichten van Arend Dreesen (“Vörjahr”), Birgit Rutenberg (“Lepus…”) en Carl-Heinz Dirks (“Platt schrieven”), en verhoalen van dijzulfde Dirks over “Schriefwies”, van Hayo Schütte (“De Ünnergang vun de Rawalpindi”) en van Jutta Oltmans (“Wachters tüsken de Welten”). En dìn heb k der nog mor n poar nuimd….

Stoer te lezen???! Hailemoal nait! Even der veur zitten goan, kop derbie, gaait wieder vanzulf, wel d’ogen open holden…..
Kiek aans ook mor even op www.diesel-online.de.

MIDWOLDA/HOOGEVEEN (Draco 60, wijk Krakeel) – Pa Blaauw als tuinier, plm. 1970


PA BLAAUW ALS TUINIER, plm. 1970
Pa bleef een liefhebber van tuinieren, ook toen hij in zijn laatste levensfase niet zoveel energie en kracht meer had om echt ‘werk’ te maken van tuinieren. Waarschijnlijk heeft hij in Midwolda als kind en jongeling ook al intensief ‘op het land’ gewerkt, bij het ouderlijke huis in het oosteinde. Zijn vader Hindrik Blaauw overleed op 41-jarige leeftijd (als ik het tenminste goed heb onthouden…), toen was mijn vader nog maar net een tiener, de oudste van de vijf kinderen. Op alle plekken waar hij met zijn Wiene en het uitdijende gezin in Midwolda heeft gewoond (twee keer aan de Hoofdweg bij café Brouwer en boer Van Anken; aan de Olgersloane, in de woningbouw en aan de Niesoordlaan) zal er tuinwerk zijn verricht. Of hij ook altijd een stuk land van een boer heeft gepacht, weet ik niet. Wel in de jaren dat wij er waren, land van boer Rigte Brouwer in het Oosteinde. Niet ver van het ouderlijke stee, waar oom Ties en tante Antje hun groentehandel begonnen en uitbouwden, ventten met paard en wagen. Wij mochten, als we pa gingen helpen of als we bij oom Ties en tante Antje moesten zijn, altijd de fiets bij hun huis neerzetten. Dan konden we achterom, door de tuin met vele fruitbomen (afblijven!) en een smal grenspaadje, naar het stuk land dat pa in gebruik had voor aardappelen, bonen, kool e.d. Toen de gezondheid een te groot probleem werd, vooral door de verslechterende staat van de bloedvaten, werd gestopt met het landwerk. Of gebeurde dat al eerder? Eerlijk gezegd zijn er mistige plekken in mijn herinnering…
De belangstelling van pa is in de loop van de latere jaren verschoven van moestuin naar siertuin. Hij huldigde jaren lang het standpunt dat een tuin echt iets moest opbrengen op consumptiegebied. Een tuin ‘voor de mooie’?! Hij vond het aanvankelijk maar niks, had het liefst na de verhuizing naar de Niesoordlaan ook daar in de voortuin aardappelen gepoot, of bonen… Later zag hij toch ook wel het aangename van een bloementuin. Met name als het dan om rozen ging, theerozen, later ook wel de polyantha’s en de rozen op stam.
De verhuizing naar Hoogeveen betekende aanvankelijk noodgedwongen een tijdelijk verblijf in een flatgebouw aan de Zenithlaan, geen tuinwerk derhalve. Ja, hij leek zich wel eens te vervelen, loste het op door eens vaker de fiets te pakken of een wandeling te maken. (En dan bleef hij wel eens staan bij iemand die in zijn tuin bezig was en nog wel iets van hem kon leren, vond pa…. Al deed hij dat nooit op een vervelende manier en altijd op zijn Gronings…)
Toen ze naar het nieuwe huisje aan de Draco konden, was er weer een voor- en achtertuin, nou ja, tuintjes, maar pa had enig plezier terug. Zoals de foto laat zien werkte hij zelfs niet alleen in zijn eigen tuin, maar onderhield ook een deel van het gemeenteperk. (“Joa, as ik aal dij roet doar wazen loat, waait alles bie ons in toene…”) Toen halverwege de jaren zeventig zijn rikketik van slag raakte, ging ook het tuinwerk niet meer zo goed en regelmatig. Of is dat werk opgepakt door anderen, heeft broer Henk de ‘padschovvel’ gehanteerd, hebben wij op gezette tijden iets gedaan…??! Mist, dikke mist… In september 1977 was het over en uit, maar pa heeft in ieder geval een leven lang eer betoond aan Moeder Aarde met een bewonderenswaardige inzet.

MIDWOLDA/HOOGEVEEN: Pa Blaauw met oom Ties en tante Antje, plm. 1970

Pa Blaauw met zijn broer Ties en zijn schoonzus Antje achter het bejaardenhuisje aan de Draco, nummer 60 in de wijk Krakeel in Hoogeveen.

Een soort memento mori foto…. Geen van drieën is nog in het land der levenden, zouden dan ook wel erg oud zijn geweest….. Pa Blaauw rechts, de oudste van dit drietal, achter hun nieuw onderkomen in de Hoogeveense wijk Krakeel, Draco 60. Eind ’68 (of begin ’69??) verhuisden pa en moe van Midwolda naar Hoogeveen. Aanleiding was denk ik de slechter wordende gezondheid van pa en de groeiende afhankelijkheid van zowel pa als moe, al redden ze zich nog aardig zolang ze de wind mee hadden. Oudste broer Henk woonde destijds in deze Drentse snelgroeier en hij bemiddelde bij het zoeken naar een woning. Eerst kwamen pa en moe in een flat, een benedenwoning, aan de Zenithlaan. Toen de huisjes aan de Draco waren afgebouwd, konden ze die kant op. Plezierig wonen, een kleine gemeenschap van oudere mensen midden tussen de ‘reguliere’ bebouwing. Een rol bij de verhuizing vanuit Oost-Groningen naar Zuid-West Drenthe speelde ook dat Midwolda toch wel slecht bereikbaar was met het toenmalige openbaar vervoer. Vooral in het weekeinde was het misère…. (Nee, in die jaren waren de kinderen nog niet allemaal in het bezit van een auto….En nu, in 2017, ook niet meer….)
Ik denk dat pa en moe in Hoogeveen nog prima jaren hebben gehad, al werd er heus nog wel eens terug verlangd naar “Midwolle”. Soms kregen ze bezoek “in den vreemde” zoals hier, al gebeurde dat niet zo vaak, kinderen uitgezonderd. Hier zijn oom Ties en tante Antje op bezoek. Ties Blaauw is jaren lang een bekende Midwolmer geweest en gebleven, eigenlijk tot zijn overlijden. Hij was een jongere broer van pa, Ties was de middelste van vijf kinderen van Hindrik Blaauw en Jantje Baas. Pa (Jan) was de oudste, dan kwam Fenje (getrouwd met Freerk Dammer), Ties zoals gezegd, dan Hindertje (getrouwd met boer Gerrit Vieregge) en als jongste Jacob (getrouwd met Aaltje Bos).
Ties Blaauw is jaren lang groenteboer in Midwolda geweest. Hij ventte zowel in Midwolda als in Oostwold. Hij was getrouwd met Antje Engelage, ze woonden aan de uiterste oostzijde van Midwolda, het verbouwde ouderlijke huis (huisnummer 348?) Veel later kocht Ties Blaauw het pand op de hoek van de Hoofdweg en de Niesoordlaan waarin eerder een slagerij was gevestigd. Ties en Antje begonnen warempel nog aan een kruidenierszaak, tot verbazing van velen…
De verstandhouding tussen beide broers was goed, maar lange tijd ook wat afstandelijk. Dat heeft te maken met het feit dat pa Blaauw (die al jong zijn vader verloor) verkering kreeg met Wiene de Groot (onze moeke) en in 1928 met haar trouwde. Hij had toen al de Hervormde kerk verlaten na enige ‘heisa’, het precieze daarvan ben ik nooit te weten gekomen. (Of wilde ik dat liever ook niet precies weten?!) Ook zijn zus Fenje keerde de kerk de rug toe, trouwde met een ‘communist’ notabene. (Moeke Wiene kwam uit een welbekend sociaal-democratisch nest). De drie jongere kinderen Ties, Hindertje en Jacob bleven de Hervormde Kerk trouw, zal ook met hun huwelijkspartners te maken hebben gehad. Binnen een dorp als Midwolda speelde dit een belangrijke rol, je hoorde ‘ergens’ bij en dat beperkte meteen je contactmogelijkheden. Denk ook maar eens aan de scholen… Wij naar het openbaar onderwijs, de kinderen van oom Ties en tante Antje naar de bijzondere school… Gelukkig wist men elkaar te vinden in tijden van nood. Zo hebben wij regelmatig warm gegeten bij oom Ties en tante Antje, als moeke in het ziekenhuis lag of enige tijd ergens anders verbleef. Het was voor ons even wennen, bidden voor en na het eten, en een Bijbeltekst als extra ingrediënt… Oppassen dat we niet de slappe lach kregen, dat wil zeggen, ik moest daarvoor oppassen, want broer Hemmo lokte het vaak uit.
Later, toen ook oom Ties en tante Antje genoten van hun pensioen, werd de relatie wel hartelijker, gingen bij oom Ties de wat scherpere kantjes eraf. Waarschijnlijk ben ik daar als kind wat al te gevoelig voor geweest…. Tante Antje was altijd al een schat van een mens met haar vertrouwenwekkende, aanstekelijke lach. Ze heeft ons altijd gastvrij in huis opgenomen (ook al vonden we haar tomatensoep van echte vruchten niet bijster lekker, “wat de boer nait kìnt….” en mochten we ’s zondagsmiddags niet naar het voetbalveld van MOVV…. Nee, we hoefden niet mee naar de kerkdienst, al gingen we wel naar de zondagschool).